‘Voorbij goed en kwaad’ bij Boom Filosofie in een nieuwe vertaling

‘Voorbij goed en kwaad’ bij Boom Filosofie in een nieuwe vertaling

‘Vorspiel einer Philosophie der Zukunft’. Hoe zou je deze subtitel van Nietzsches Jenseits von Gut und Böse vertalen? Een voorspel dat volgens Nietzsches gedachte bij een filosofie hoort die nu nog niet aan de orde is maar in de toekomst zijn opwachting maakt? Maarten van Buuren die de nieuwe vertaling onder handen nam wijzigde het oude ‘van’ en ‘tot’ naar ‘voor’. Dus een voorspel voor een filosofie van de toekomst. Het komt hierdoor gevoelsmatig enigszins los te staan van het werk zelf. Het voorspel zou autonoom kunnen bestaan, als een voorgerecht, maar is Voorbij goed en kwaad niet beide; én voorgerecht én hoofdmenu? Alle reden om de nieuwe vertaling van Boom Filosofie te gaan proeven.

Wie de ‘Jenseits’, het dynamiet van Nietzsche dat in augustus 1886 verscheen, nog niet heeft gehoord of kent zal evenals degene die de 10 hoofdstukken waaruit het boek bestaat herleest, beamen dat er zoveel actualiteit in de woorden van Nietzsche schuil gaat. Voorbij goed en kwaad had evenzogoed nog een derde toevoeging kunnen krijgen; en tijd. De moraal tot onderwerp van onderzoek nemen behelst immers a priori jezelf voor grote problemen plaatsen. Dat moet Nietzsche geweten en gevoeld hebben: “Diesen Winter habe ich benützt, etwas zu schreiben, das Schwierigkeiten in Fülle hat, so daß mein Muth, es herauszugeben, hier und da wackelt und zittert. Es heißt: Jenseits von Gut und Böse/Vorspiel einer Philosophie der Zukunft”, schrijft hij al met de nodige scepsis vanuit Nice in een brief aan de bevriende geoloog Hermann Credner in Leipzig.

Voorbij goed en kwaad kreeg dit najaar misschien alleen al vanwege dat enorme tijdloze karakter bij Boom Filosofie een volledig herziene uitgave. Daarmee hebben de dames en heren bij Boom raak geschoten. Want de Umwertung aller Werte dat het boek in alles uitademt blijft een tijdloze aanklacht zolang moraal en ethiek onderdeel van ons dagelijks handelen en reflecteren is. Of zou moeten zijn. Het denkwerk van Nietzsche confronteert inderdaad als explosief materiaal; het leert, overdenkt, fileert, stoot af en trekt weer aan, provoceert en daagt de lezer uit zoals alleen Nietzsche dat kan. Dat soort teksten opnieuw vertalen in het Nederlands dat meer bij onze tijd past is een gewaagde exercitie. De laatste versie zag in 1999 bij De Arbeiderspers in de Synopsis serie het levenslicht. Destijds nog gebaseerd op de driedelige uitgave van Karl Schlechta die bij Carl Hanser Verlag verschenen was. Paul Beers nam destijds in samenwerking met Hans Driessen, de totale bewerking van de 20 jaar daarvoor verschenen eerste vertaling door Thomas Graftdijk voor zijn rekening en nam de grondig herziene en internationaal wetenschappelijk geworden uitgave van Colli en Montinari als fundament (zie ook https://friedrichnietzsche.nl/nietzsche-blog/nietzsche-in-italiaanse-handen/).

Een uitdaging voor de vertaler Maarten van Buuren (MvB) dus, want hoe houd je de inhoud, de essentie van de teksten overeind wanneer ze van Nietzsche zijn die als een goochelaar met zowel zijn eigen denkwerk als met de Duitse taal jongleerde. De Arbeiderspers liet het omslag eind jaren ’70 niet voor niets vergezeld gaan met twee veelzeggende citaten van respectievelijk Gilles Deleuze: ‘Marx en Freud vormen mogelijk de dageraad van onze cultuur maar Nietzsche, dat is iets geheel anders, dat is de dageraad van de contracultuur’ en de uitspraak van Gerrit Komrij: ‘Zijn invloed is onmetelijk geweest; iedereen na 1900 heeft op zijn tijd, op jonger of latere leeftijd, rekenschap moeten afleggen van zijn verhouding tot Nietzsche.’

Voorbij goed en kwaad (Boom Filosofie, 2023)

Maarten van Buuren, emeritus hoogleraar Franse moderne letterkunde en auteur van zeer veel essays als ook enkele boekuitgaven, heeft zich niet laten afleiden en is evenals eerder met o.a. Spinoza voor wie hij ook een grote fascinatie aan de dag legt, het taalduel met Nietzsche aangegaan. Geen sinecure met al die metaforen die Nietzsche keer op keer zo multi-interpretabel kan maken. Het maakt hoe dan ook nieuwsgierig, naar bijvoorbeeld de opening: ‘Stel dat de waarheid een vrouw is – waarom niet?’. Daar staat een zin die meer prikkelt dan die van bijna 50 jaar terug: ‘Aangenomen dat de waarheid een vrouw is – wat?’ Paul Beers had er nog ‘wel’ van gemaakt. Nietzsche zelf schreef met dezelfde prikkelende toon ‘Vorausgesetzt, dass die Wahrheit ein Weib bist -, wie? Om vervolgens er direct achteraan de retorische vraag te stellen; ist der Verdacht nicht gegründet, dass alle Philosophen, sofern sie Dogmatiker waren, sich schlecht auf Weiber verstanden? MvB maakt daarvan ‘niet met vrouwen overweg kunnen’ en dat is ook het punt dat Nietzsche hier wilde maken; niet met de waarheid overweg kunnen is wat anders dan ‘geen verstand van vrouwen (en dus de waarheid) hebben’ zoals het in de beide versies van de Arbeiderspers heette. Al is ‘aangenomen’ wat strenger en dichter bij het ‘vorausgesetzt’ dan het iets vrijblijvendere ‘stel’, toch komt deze nieuwe openingszin voor de Nederlandse lezer – mede ook door het ‘waarom niet’ – dichter bij het origineel. 

In de afsluiting van het voorwoord maakt MvB van ‘Presse’ iets te snel ‘drukpers’ want daar komt de eerste vertaling met zijn ‘perswezen’ dichterbij het origineel. Waarom niet gewoon ‘de pers’ waar Paul Beers voor koos? Het originele Wahrhaftigkeit is nu terecht als ‘waarachtigheid’ vertaald en niet meer als ‘waarheidsliefde’. Tartüfferie der Moral was voorheen ‘hypocrisie’ en heet nu ‘schijnheiligheid’. Het eenvoudige Duitse oft werd voorheen ‘dikwijls’ en kan geheel terecht nu gewoon ‘vaak’ zijn. Maar in dezelfde zin maakt MvB van sagen ‘roepen’ waar dit geen toegevoegde waarde heeft t.o.v. ‘bij zichzelf zeggen’. Het is millimeterwerk maar toch…

MvB schuwt soms ook een archaïsche aanwending niet. De genitief ‘des’ was her en der al vervangen door ‘van de’. Maar het voorheen ‘plechtig’ is nu bijvoorbeeld ‘plechtstatig’. Het originele niaiserie bleef in het verleden ongewijzigd, kreeg in de uitgave onder auspiciën van Paul Beers een verklarende noot achterin en MvB maakte er de Franse taal kennende direct ‘onnozelheid’ van. Misschien wat minder elegant maar het zorgt ook voor onnodig zoeken. ‘Allengs’ werd ‘in de loop der tijd’ en waar Nietzsche het meervoud ‘euch’ gebruikt werd dat voorheen ‘gij’ en nu het meer toegankelijke ‘jullie’. 

MvB wil het zorgvuldig doen en neemt daarbij zijn lezers au sérieux. Met ‘circulus vitiosus deus’ (aforisme 56 in hoofdstuk 3) geeft hij als vertaler en duider drie opties voor de lezer: God als vicieuze cirkel, (de) vicieuze cirkel als God en (de) cirkel als vicieuze God. De Franse schrijver en eveneens (Nietzsche)vertaler Pierre Klossowski heeft zijn studie over Nietzsches concept ‘Die ewige Wiederkehr’ in het Frans de titel ‘Nietzsche et le cercle vicieux’ gegeven. Een werk dat in een Duitse versie de titel Nietzsche und der circulus vitosus deus kreeg. En dat raakt aan de Nietzsches grondgedachte die ik hier als de meest voor de hand liggende vertaling acht: ‘de goddelijke vicieuze cirkel’. In aforisme 58 graaft hij zich als zorgvuldig vertaler met een soortgelijke ‘wil tot sublimeren’ in het Duitse woord sublimeren, daarbij refererend aan een andere belangrijke en bekende studie, die uit de hand van Walter Kaufmann (Nietzsche: Philospher, Psychologist, Antichrist, uitg. Princeton University Press). Een sublieme uitleg.

Daarmee loop ik al vooruit op een conclusie over deze nieuwe uitgave. Het is niet alleen een zorgvuldige uitgave maar het ademt bij een eerste kennismaking in alle taalkundige opzichten een sfeer uit die dichter bij het huidige taalgebruik staat. Soms letterlijker het pad van Nietzsche volgend, dan weer iets vrijer in de woordkeuze of een eigen ‘vertaling’ c.q. interpretatie zoals de keuze om natuur met een kapitale N te schrijven.

De laatste val waarin de moraal ons laat lopen

Wer von Grund aus Lehrer ist, nimmt alle Dinge nur in Bezug auf seine Schüler ernst, — sogar sich selbst. Het is de eerste korte spreuk die Nietzsche aan zijn vierde hoofdstuk toevertrouwde. Een hoofdstuk dat goed is voor 125 aforismen (geen 122 zoals MvB stelt) die Nietzsche te pas en te onpas tot een van de meeste geciteerde filosofen hebben gemaakt. Van Sprüche und Zwischenspiele heeft MvB ‘Epigrammen en intermezzo’s’ gemaakt. Hier mis ik de meerwaarde ten opzichte van ‘Spreuken en tussenspelen’ zoals het voorheen was. Zijn het geen puntdichten dan moet MvB het van oudsher bedoelde ‘kernachtige opschrift’ of ‘inscriptie’ hebben gemeend. Was ‘spreuken en overwegingen’ misschien iets dichter bij het origineel gekomen? 

En de spreuken zelf? Ik steek te hooi en te gras de thermometer in de teksten: der letzte Fallstrick, den die Moral legt was voorheen ‘de laatste valstrik van de moraal’ en is nu ‘de laatste val waarin de moraal ons laat lopen’ hetgeen meer recht doet aan de actieve vorm die Nietzsche koos; auf eine schonende Weise tödtet kreeg met ‘die uit clementie doodt’ een betere vertaling dan ‘die met zachtheid doodt’; ein Mensch mit Genie was voorheen een wat vreemd klinkend ‘een mens met genie’ hetgeen nu aansprekender ‘geniaal mens’ is geworden; Wenn das Haus brennt, vergisst man sogar das Mittagsessen. — Ja: aber man holt es auf der Asche nach kreeg daarentegen een wat vreemde vertaling: ‘Als het huis in brand staat, vergeten mensen zelfs te eten. — Ja, maar later verhalen ze de schade op de as’. Nietzsche heeft het hier over het fenomeen instinct. Het eerste deel van de vertaling sluit aan bij de bedoeling maar het nachholen lijkt mij nou juist het punt dat Nietzsche hier wilde maken; het instinct laat zich niet aan de kant zetten, misschien voor even, maar uiteindelijk zoekt het weer zijn weg. ‘De schade verhalen’ is dan wel een zeer ruime interpretatie, de schade inhalen had beter gepast.

Reife des Mannes vertaalt MvB als ‘rijpheid van de mens’. Een kwestie van interpretatie waarin de geest van deze tijd ruimte krijgt maar Nietzsche zelf heeft hier toch echt ‘Man’ geschreven en bedoeld, precies zoals de voorgaande vertaling luidde. De vraagt dringt zich evenwel op: hoe zou zijn kijk op het onderwerp hebben geklonken indien hij een eeuw later in Sils Maria of Nice had rondgewandeld? In een paar aforismen verderop is ein grosser Mann wel weer vertaald als ‘een groot man’. Thierwerdung Gottes voelt voor MvB als een ‘degradatie’ aan maar heeft Nietzsche hier niet meer gemeend dat de kennende mens zich als een tot dier getransformeerde God kan voelen? Geschlechtsliebe transformeerde wel; via ‘geslachtelijke liefde’ uit het begin van deze eeuw terecht naar het hedendaagse begrip ‘seksualiteit’. Wanneer Nietzsche schrijft dat talent een Putz kan zijn zegt hij letterlijk stucwerk of pleisterwerk. Wanneer talent als een buitenste laag functioneert zoals het stucwerk op een ruwe muur zou je Putz dus als opsmuk kunnen zien, hetgeen de wereld van de buitenzijde ziet. Voorheen werd dan ook opsmuk gebruikt. MvB heeft er ‘ornament’ van gemaakt. Ik doe met ‘façade’ een voorstel dat wellicht raakt wat Nietzsche beoogt; met een façade houdt je de uiterlijke schijn op en dat geeft zoals Nietzsche memoreert en we allemaal weten een prima verstopplek (Versteck).

En hoe staat het met aforisme 146, de vaak geciteerde uitspraak over de afgrond? Wer mit Ungeheuern kämpft, mag zusehn, dass er nicht dabei zum Ungeheuer wird. Und wenn du lange in einen Abgrund blickst, blickt der Abgrund auch in dich hinein. De monsters zijn in de nieuwe vertaling monsters gebleven. ‘Und’ is niet meer meegenomen in de vertaling zodat het nu twee aparte zinnen in één aforisme lijken te zijn. ‘Naar binnen kijken’ werd ‘turen’, een kwestie van smaak of heeft MvB toch gemeend dat het meer accent op het aandachtig en onafgebroken karakter van kijken dient te krijgen? 

Getuigde het van zelfkennis toen Nietzsche aan zijn werk schreef en er een zin aan zijn gedachten ontsproot die in het verleden, nu en in de toekomst hoop mag geven? Was aus Liebe gethan wird, geschieht immer jenseits von Gut und Böse. In de uitgave van de Arbeiderspers werd jenseits nog als ‘aan gene zijde’ vertaald. MvB koos voor de titel van het boek zelf; voorbij goed en kwaad, eigentijdser en daardoor raker. Ook aansprekender klinkt het bijvoorbeeld in aforisme 166: ‘We liegen met onze mond, maar het gezicht dat we daarbij trekken vertelt de waarheid’ (Man lügt wohl mit dem Munde; aber mit dem Maule, das man dabei macht, sagt man doch noch die Wahrheit). Met de toevoeging ‘alsnog’ was het nog dichterbij het origineel gekomen. De intrede van hedendaagse equivalenten heeft her en der ook niet op zich laten wachten. In hoofdstuk 8 lazen we als vertaling van (…) Einreihung neuer Dinge unter alte Reihen voorheen ‘ordening van nieuwe dingen in oude rangen’ maar nu ‘nieuwe dingen in oude bestanden opslaan’. En ook de laatste MvB vertaling die ik in mijn summiere temperatuuronderzoek wil noemen vind ik aansprekender: ‘Uiteindelijk houden we van onze begeerte, niet van wat we begeren.’ Het ‘liefhebben’ uit de vorige vertaling doen we nog wel maar het werkwoord ‘houden van’ spreekt wellicht iets meer aan in deze tijd. Zolang we maar niet vergeten dat het een werkwoord is.

De nieuwe uitgave is prettiger dan zijn voorgangers. Het gebruikte lettertype en de alinea-indeling zorgen voor een overzichtelijke bladspiegel hetgeen het lezen ten goede komt. Dat zou Nietzsche hebben toegejuicht want lezen, goed lezen, zag hij als een harde voorwaarde, zo klonk het al in Menschliches, Allzumenschliches: Die schlechtesten Leser sind die, welche wie plündernde Soldaten verfahren: sie nehmen sich Einiges, was sie brauchen können, heraus, beschmutzen und verwirren das Uebrige und lästern auf das Ganze. (‘Zijn de slechtste lezers niet diegenen die zich als plunderende soldaten gedragen: ze halen dat eruit wat ze kunnen gebruiken, besmeuren en verhaspelen de rest en stellen het geheel in een kwaad daglicht’). Ook de vormgeving van de cover nodigt uit al is het eventjes wennen om twee namen over vier regels te moeten lezen. Maar het meest in het oog springende verschil is de aandacht en ruimte die aan uitleg is gegeven. Op veel pagina’s staan onderaan de noten met een korte toelichting zodat de lezer in zijn verhaal blijft en niet steeds naar achter in het boek dient te bladeren. En…het zijn veel meer noten dan in de vorige uitgave. Een echte verrijking voor de Nietzsche lezer!

Al met al is deze nieuwe uitgave van Boom Filosofie dan ook een aanwinst voor de Nietzsche bibliotheek in Nederland. Het heeft er alle schijn van dat Maarten van Buuren samen met Boom Filosofie een van zijn lievelingsfilosofen niet alleen een eigentijdse vertaling wilde geven maar vooral ook toegankelijker wilden maken. Zowel voor de student als een ieder die in filosofie en specifieker Friedrich Nietzsche geïnteresseerd is. Al vind ik her en der wat al te ruime vertaal interpretaties of slordigheidjes (Rohde heette geen Emil maar Erwin), het boek is met deze verfrissing meer dan geslaagd. Een kundig nawoord van MvB dat eveneens een summiere toelichting op werk en leven van Nietzsche behelst is bij het proeven van deze uitgave dan ook een kers op de taart. 

Een explosie van scheppingskracht van een ongeëvenaard filosofisch oeuvre

Boom zelf spreekt over een filosoof die in ‘een explosie van scheppingskracht een ongeëvenaard filosofisch oeuvre’ heeft geschreven. Dat is inderdaad waar. Die fröhliche Wissenschaft in 1882 (zie ook:  https://friedrichnietzsche.nl/nietzsche-blog/een-nieuwe-vrolijke-wetenschap/), Also sprach Zarathustra (van 1883 tot 1885) en Jenseits von Gut und Böse (1886) zijn werken die eigenlijk niet ongekend mogen zijn wanneer je het filosofisch landschap van toen en daarna wilt ontginnen.

Hoe verheugd kunnen we dus zijn dat eind januari 2024 door de inspanning van Boom Filosofie dat andere bekende werk van Nietzsche in een nieuwe editie op de Nederlandse markt verschijnt. Een boek ‘voor iedereen en niemand’ zoals Nietzsche het als ondertitel meegaf: ‘Aldus sprak Zarathoestra’. Een werk dat volgens Boom ‘existentiële snaren in elke nieuwe generatie van lezers beroert’. De profetische toon kan je in dit werk tegen de haren strijken en je kunt jezelf de vraag stellen of dit bekendste werk wel Nietzsches hoogtepunt was zoals zo vaak wordt beweerd. We gaan eerst maar eens geduldig afwachten hoe de nieuwe Zarathoestra aan de Nederlandse lezer zal verschijnen. Ook voor dat boek zijn er in ieder geval ‘dappere lezers’ nodig. Ondertussen sluiten we met Nietzsche zelf af en wel met zijn eigen bekende woorden uit de ‘Nachlaß’: (…) gerade Thatsachen giebt es nicht, nur Interpretationen.

Friedrich Nietzsche: Voorbij goed en kwaad, voorspel voor een filosofie van de toekomst.
Uitgeverij: Boom Filosofie, softcover 272 pag.

In de aanloop naar de uitgave in 1865:
‘Geehrter Herr, mit diesem Briefe möchte ich Ihnen den Vorschlag machen, ein philosophisches Werk von mir herauszugeben, das unter dem Titel „Jenseits von Gut und Böse“ bereit sein würde, in die Welt zu gehn. Begint Nietzsche zijn brief aan de Uitgever Heymons van Carl Duncker’s Verlag in Leipzig. Om vervolgens interesse bij de uitgever op te wekken voor zijn nieuwe geboorte: ‘Einer meiner Freunde, der mich gerade hier besucht (Hofrath Heinze, Prof. der Philos. in Leipzig) räth mir, mich an Sie zu wenden, in Anbetracht, daß ich am ehesten bei Ihnen den Muth der Initiative finden werde, wie er zur Herausgabe eines solchen sehr unabhängig gedachten und gemachten Buchs nöthig ist. Meine Leser und Anhänger sind weit verbreitet genug, um Ihnen von vornherein die Verkäuflichkeit des Buchs wahrscheinlich zu machen; meine Bedingungen andererseits enthalten, wie ich hoffe, nichts, was Ihnen unbillig erscheinen dürfte, zumal es die alten gleichen Bedingungen sind, welche mir von meinem 24ten bis zum 42ten Lebensjahre immer zugestanden worden sind.’ Ondanks een tweede brief waarin Nietzsche zijn honorarium naar beneden bijstelt blijft de uitgever niet geïnteresseerd in het werk. Het moet hem hebben gefrustreerd al weet hij hoogstwaarschijnlijk ook wel dat het schokkend is wat hij aan het papier heeft toevertrouwd. Vanuit Nice en na een voor Nietzsche slechte winter schrijft hij zijn vriend Erwin Rohde op de woensdag voor Pasen niet bepaald goed nieuws wanneer hij het zelf over een ‘erschreckliches Buch heeft: ‘Was mein Manuscript angeht: so schwebt noch eine Verhandlung mit dem Berliner Verleger C. Heymons (d. h. Carl Duncker’s Verlag). Gesetzt, es wird auch da nichts ausgerichtet, nun, so hat es seine gute Seite für mich. Denn es ist ein erschreckliches Buch, das dies Mal mir aus der Seele geflossen ist, — sehr schwarz, beinahe Tintenfisch. Mir ist zu Muthe, als hätte ich irgend etwas „bei den Hörnern“ gepackt: ganz gewiß ist es kein „Stier“


2 gedachten over “‘Voorbij goed en kwaad’ bij Boom Filosofie in een nieuwe vertaling

  1. Goedendag Heer Peters,
    Enige tijd geleden ontdekte ik Uw website over Nietzsche. Hier in Vlaanderen hoor ik de naam van Nietzsche meer en meer, althans zeker in mijn boekenkringen. Deze nieuwe druk van Voorbij goed en kwaad ga ik zeker inbrengen.
    Ik sluit mij overigens aan bij de Heer of Mevrouw Verschuur. We hebben genoeg Oswald Spenglers.
    De vertaling van het gedicht Aus hohen Bergen door de Heer van Buuren vraagt wel enige gewenning maar raakt zeker ook de diepere laag die Nietzsche in dit gedicht heeft gelegd.

    Hartelijk groetend,
    C.M. Maes

  2. ik kan beamen dat deze nieuwe versie heel leesbaar is. Nietzsche is niet altijd goed te volgen maar in dit boek (heb het nog niet uit) krijg ik wel een helder beeld. Misschien ook goed voor Baudet om te lezen. Die slaat de laatste dagen nl. weer veel onzin uit en beroept zich dan op de Ubermensch etc.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


De verificatie periode van reCAPTCHA is verlopen. Laad de pagina opnieuw.