De visie van Friedrich Nietzsche op onze onderwijsinstellingen
Mocht het je ontgaan zijn, ik maak je graag nog attent op de Nietzsche-publicatie die ISVW Uitgevers in 2025 deed: ‘Over de toekomst van onze onderwijsinstellingen’. Een uitgave die in deze vorm in Nederland nog niet eerder het licht zag. Levendig en kundig vertaald door Thomas Heij en met een voorwoord uit de handen van Paul van Tongeren die er in zijn ‘Woord vooraf’ op wijst dat deze uitgave vergezeld gaat van maar liefst vijf begeleidende teksten; de inleiding en een voorwoord door Nietzsche zelf, een ‘verantwoording’ en een ‘nawoord’ door Thomas Heij en het ‘Woord vooraf’ uit zijn eigen pen.
De oorspronkelijke teksten Über die Zukunft unserer Bildungsanstalten nam ik al eens eerder als onderwerp voor een bijdrage op deze website. Soms er naar verwijzend maar ook als blog:
https://friedrichnietzsche.nl/nietzsche-blog/over-de-toekomst-van-onze-onderwijsinstellingen/).

De toegankelijke teksten roepen op z’n minst een gezonde maar bovenal creatieve nieuwsgierigheid op. Een verwondering die in mijn ogen maar al te graag de kritische geesten in het onderwijsveld van heden ten dage mogen prikkelen. Want blaas je de stof van de 19e eeuw – om precies te zijn 1872 toen deze voordrachten door de 27-jarige professor Nietzsche aan het papier werden toevertrouwd – van de inhoud af, dan lees je zinnen die je zonder al te veel fantasie op de huidige tijd kunt plakken. Wanneer je de universiteiten nog wat breder leest, dat wil zeggen onze kennis- en informatiebronnen zoals internet en artificiële intelligentie meerekent, dan krijgen de kritische woorden van Nietzsche een akelige actualiteitswaarde. Bildung is heel breed op te vatten maar termen als bezieling en betekenis beginnen toch wel heel serieus aan waarde in te boeten wanneer we al ons weten, onze vaardigheden aan een kennisrobot als ChatGPT uitbesteden. Kennis en kunde komen in een duizelingwekkend tempo tot ons, culmineren tot eenzame hoogten, echter aan de achterzijde neemt de domheid eveneens exponentieel toe. Met alle gevolgen van dien. En dat dit alles gebeurt omdat de techniek het kan garandeert de toename van kennis de drager ervan een plek op de duizelingwekkend snel draaiende productiemolen. Met als uiteindelijk doel? Nut? Efficiency? Geluk? Vallen de ‘wetende’ mens en de ‘ontwikkelde’ mens wel in één persoon samen? Volgens Nietzsche dien je voor echte vorming niet te dicht in de buurt te komen van verlangende individuen…
Zijn de waarschuwingen om uit de buurt te blijven van hen die je maar al te graag willen uitbuiten vanwege je kennis dan de uitspraken van een socialistische Nietzsche? Nee, geenszins, het zijn veel meer de preluderende woorden van de vrije filosoof in wording die een broertje dood had aan al dat weten. Was Faust hem met al zijn ‘Wissensqualm’ (wetenswalm, vert. P.H.) ook al niet voorgegaan? De wetensdrang in combinatie met technische vooruitgang is een cocktail die zich veel sneller ontwikkelt dan de menselijke geest die de teloorgang van zijn eigen vrijheid onbedoeld en onbewust op de koop toe neemt.
De vijf voordrachten Van Nietzsche, die overigens ook als een vijftal avonturen gelezen kunnen worden, spreken voor zich en verdienen ook in 2026 en volgende jaren aanbeveling om te worden gelezen. Langzaam te worden gelezen, vooral door studenten die enige vorm van wetenschappelijk onderwijs volgen. Idealiter in combinatie met enige ervaring van bezieling, een betekenis (zoals kunst die ons vermag te geven) vanuit de opgedane kennis die A.I. in geen duizend jaar aan ons, sterfelijke zielen, zal geven.
Over de toekomst van onze onderwijsinstellingen (ISVW Uitgevers, 2025, 162 pagina’s)
vertaling: Thomas Heij