Dageraad, een nieuw Morgenrood bij Boom uitgevers

Dageraad, een nieuw Morgenrood bij Boom uitgevers

Al jarenlang ziet de Nederlandse Nietzsche-lezer, althans naar ik aanneem, het morgenrood voor zich wanneer je aan ‘Morgenröthe’ van Nietzsche denkt. Totdat daar ineens een nieuwe vertaling in het ochtendgloren ontstond en de ‘Morgenröthe ‘ in Nederland verder als ‘Dageraad’ door het leven moet gaan. Heeft Nietzsche dan misschien het wat kleurlozer klinkende ‘Morgendämmerung’ bedoeld? En hoe staat het met de verdere hertaling die recentelijk bij Boom uitgevers verscheen?

Waar blijft de poëtische kleur wanneer de uitspraak uit de oude Veda hindoetekst in het Duits van Nietzsche zo mooi klinkt als ‘Es giebt so viele Morgenröthe die noch nicht geleuchtet haben’ vertaald wordt met ‘Zoveel dagen zijn nog niet aangebroken’? Het antwoord vraagt om verder lezen, niet louter en alleen uit een menselijke nieuwsgierigheid maar ook om de hertaling die Maarten van Buuren op zich naam verder te ondergaan. Omdat de ‘morele vooroordelen’ waarover de gedachten in een eerste Duitse druk in 1881 aan appelleerden, niet als basis mogen gelden voor een ongefundeerd oordeel, rest er maar één ding; de hertaling lezen. In de verantwoording geeft MvB toelichting op zijn keuze voor de titel die alleszins te maken heeft met het voorkomen van een associatie met het socialistische VARA-strijdlied dat de titel ‘Morgenrood’ droeg… Laat ik, en ik denk met mij vele lezers, die associatie nou nét níet hebben, en indien ja, schreef Nietzsche het boek niet voordat de VARA dit lied van Troelstra en de Nobel uitkozen voor de openingen van hun uitzendingen? En je mag van een lezer die een boek als Morgenrood tot zich neemt toch wel enige chronologische kennis verwachten? En over associaties gesproken; bij ‘Dageraad’ denk ik aan deel 1 van Jean-Christophe, het magnifieke werk van Romain Rolland. Dus ja, jammer dat de kleur uit de titel is weggepoetst, waarover later nog meer.

Omslag Dageraad (Boom uitgevers, 2026)

Boom uitgevers heeft met Dageraad een fraai vijfde deel aan de serie Nietzsche hertalingen toegevoegd. Een prachtig initiatief en opnieuw met een sprekend omslag uit de handen van Michaël Snitker. De vorige uitgave Morgenrood bij De Arbeiderspers had dan nog wel een herdruk in 2024 gekregen maar het origineel berustte op de vertaling die Pé Hawinkels op zijn naam had staan (1998) en die nog een keer door Michel van Nieuwstadt en Hans Driessen zijn herzien dan wel van een nawoord zijn voorzien. In de basis dus 28 jaar geleden.

Enkele eerste indrukken van deze Dageraad: de zinnen lopen in de nieuwe Boom uitgave eigentijdser en soepeler al moet ik her en der nog wel wennen aan keuzes uit de pen van MvB. Verdruss bijvoorbeeld, dat mag inderdaad een hedendaags ‘chagrijn’ heten echter ook het ‘ongenoegen’ uit de voorlaatste vertaling geeft de frustratie die Nietzsche wilde uitdrukken prima weer. Zo was ‘blunder’ voor mij ook niet nodig geweest en deed ‘dwaling’ prima dienst voor het Duitse origineel Irrthum. Archaïsch woordgebruik zoals ‘sedert’ dat nu door MvB vloeiend ‘sinds’ werd, past precies in het doel van zo’n hertaling; aansluiting bij een eigentijdse taalbeleving en woordgebruik. En ja ‘absurd’ is ook raker dan het voorheen gehanteerde ‘ongerijmd’ wanneer Nietzsche widersinnig schrijft. MvB durft ook voor het wat treffender ‘fransozenfanatisme’ te kiezen terwijl Hawinkels voor ‘Frans fanatisme’ ging en het origineel Franzosen-Fanatismus is. Bijzonder is ook dat Nietzsches femininismus door Hawinkels voorheen in zowel ‘femininisme’ als ook feminisme vertaald werd, althans zo bewijst de vertaling van Morgenröthe uit de handen van Pé Hawinkels waar het letterlijk ‘femininisme’ werd. (Thomas Graftdijk koos overigens in 1980 voor ‘feminisme’ in de vertaling van Zur Genealogie der Moral). MvB kiest eveneens voor het veilige feminisme al kun je in sommige tekstpassages van Nietzsche bij femininismus de vraag stellen of hij het misschien ook toeschrijven van vrouwelijk eigenschappen (‘vervrouwelijking’) bedoelde, of het meer gangbare feminisme dat in de tweede helft van de 19e eeuw zich onder de bezielende leiding en ideeën van onder anderen Louise Otto-Peters en Clara Zetkin in Duitsland sterk begon te ontwikkelen. In Nietzsches originele brontekst staat in ieder geval Femininismus al zijn er veel Duitse uitgaven te vinden waar Feminismus staat. Overigens lezen we in het derde deel van Dageraad ‘verwijfd’ waar Nietzsche unmännlich schreef en Hawinkels het bij ‘onmannelijk’ hield.

Over de nieuwe vertaling straks nog wat meer. Hoe zat het nou met het boek zelf? De aanleiding, de titel, de wording? We duiken heel even een kleine anderhalve eeuw terug in de tijd. Zoals wellicht bekend sloot Nietzsche in april 1879 een periode van tien jaren als hoogleraar in Bazel af. Het werd het begin van een zwervend bestaan zoals genoeglijk beschreven staat in honderden internationale biografieën en studies. Periodes van ziek zijn, de sterke wens vrij te zijn van verplichtingen maar ook de beëindiging van de vriendschap met het echtpaar Wagner, gaven voor hem de doorslag voor zijn beslissing. Het tweede deel van Menschliches, Allzumenschliches was al verschenen en zonder dat Nietzsche het toen wist werden de jaren die volgden zijn meest vruchtdragende periode; een ongelooflijk hoeveelheid diepe en provocerende teksten verschenen die echter keer op keer slechts een handjevol lezers bereikten. Zelf dacht hij reeds in 1882 zijn periode als vrije geest af te kunnen sluiten maar er zouden nog wel veel vruchtbare jaren volgen. In 1880 dicteerde hij Heinrich Köselitz een goede 260 aforismen die samen met eigen aantekeningen de basis zijn gaan vormen voor Morgenröthe. Begin 1881 maakte hij zijn verzameling teksten voor zijn nieuwe boek compleet – het werden er uiteindelijk 575 in totaal – waarmee Köselitz zijn gang naar de uitgever kon maken. Als titel kwam Nietzsche met het idee om het Die Pflugschar te noemen. Dat idee had hij al vijf jaar daarvoor als titel in zijn hoofd zitten. Een mogelijke titel voor een nieuw boek dat dan de ondertitel ‘Eine Anleitung zur geistigen Befreiung’ zou gaan krijgen. Aforisme 202 is een van de plekken waar je de verwijzing terug kunt lezen; om het land te bebouwen kun je maar het beste een ploeg gebruiken waar je de vogel en de wolf een plezier mee doet en eigenlijk alle schepselen. Het zou Nietzsche niet zijn wanneer daar niet een metafoor voor iets anders was geboren. Samen met Köselitz die de uitspraak “Es giebt so viele Morgenröthen die noch nicht geleuchtet haben” aanreikte, ontstond uiteindelijk de titel die naar het morgenrood verwijst met als ondertitel Gedanken über die moralischen Vorurtheile. Nietzsche deelde op 9 februari 1881 op een briefkaart aan Heinrich Köselitz het als volgt aan hem mee: “(…) In den Morgenstunden dieses herrlichen Februar habe ich noch einen Nachtrag gemacht, damit alles recht unzweideutig herauskomme. — Sie werden, meine ich, damit zufrieden sein. Darf ich diesen Nachtrag senden? — Auch will ich den Titel ändern; Sie haben mich dadurch, daß Sie den zufällig hingeschriebenen Vers aus dem Hymnus an Varuna als Motto nahmen, auf den Gedanken gebracht: sollte das Buch nicht heißen: „Eine Morgenröthe. Gedanken über die moralischen Vorurtheile u.s.w.“. Es sind so viel bunte und namentlich rothe Farben darin! Erwägen Sie es!(…)”. Bonte en rode kleuren die je in een titel als Dageraad niet meer hoort.

In het voorjaar van 1881 werd Nietzsche weer eens flink gepijnigd, onder andere in Genua en begin mei in Vicenza en daarna in Recoaro (een kuuroord iets ten noorden van Verona). De ondraaglijke hoofpijnen dreven hem soms tot wanhoop en hij speelde zelfs met de gedachte van zelfmoord. Hij had met 36 jaar de leeftijd van zijn vader inmiddels gehaald en was zoekende naar de oorzaken van zijn extreme hoofdpijnen en slechtziendheid. Inmiddels had hij het idee van Ein Morgenröthe laten varen en werd het eenvoudig Morgenröthe. In februari had hij zijn uitgever Schmeitzner vanuit Genua al gemeld dat er een boek aankwam dat een ‘entscheidenden Schritt’ zou worden, zelfs meer dan een boek, ‘ein Schicksal’. In juni 1881, Nietzsche had nog het een en ander gewijzigd en toegevoegd, kon hij – na alle correctiewerkzaamheden samen met Köselitz die overigens hier omgedoopt werd tot Peter Gast – zijn uitgever in Chemnitz vanuit Recoaro melden dat het manuscript gereed voor druk was. Schmeitzner koos voorzichtigheidshalve voor 1000 exemplaren maar zelfs dat was te optimistisch. Ook dit boek verkocht niet; na vijf jaar waren er slechts 250 over de toonbank gegaan…Zes jaar later kregen de restantexemplaren een nieuw ingelegd voorwoord met een verwijzing daarin naar de titel. In 1887 kwamen er na deze nieuwe Morgenröthe ook nieuwe edities van de eerste drie delen van zijn Also sprach Zarathustra als ook Die Geburt der Tragödie en Menschliches, Allzumenschliches. De ingelegde voorwoorden zouden meer duidelijkheid voor de potentiële lezer moeten gaan verschaffen. Voor de enkelen die de Morgenröthe wel hadden gelezen, was net als bij andere werken van Nietzsche, de ontvangst zeer wisselend. In ieder geval was het duidelijk dat Nietzsche hier ondubbelzinnig als een ‘Freigeist’ wenste af te rekenen met de christelijke moraal en maatschappelijke conventies en vooroordelen. Zoals hij het zelf betitelde als een grote Loslösung. Daarnaast was hier ook nog meer dan voorheen een psycholoog aan het woord. Nietzsche wist dat hij opnieuw met ongemakkelijke teksten en boodschappen op de proppen kwam. In juni had hij zijn moeder en zus via een brief al verzocht (‘von ganzem Herzen’) het boek dat er aan komt niet te lezen of het aan iemand anders uit te lenen. Maar dergelijke lage verkoopaantallen… Na de intense werkperiode en het verschijnen van het boek begin juli zouden enkele rustigere maanden voor hem volgen; zijn eerste zomer in Sils Maria. De hoofdpijn aanvallen bleven komen, zijn trouwe vriend Franz Overbeck kreeg in Zürich het verzoek om naast het nodige aan boeken ook zeer gespecificeerde medicatie voor hem op sturen. Was het de ferrum phosphoricum, het natrum sulfuricum, het natrum muriaticum of was het toch de hoogte van 6000 voet boven de zeespiegel die hem in augustus de gedachte over die Ewige Wiederkunft influisterde?

Morgenröthe, eerste druk uit 1881

Van grote invloed was zijn vriend Paul Rée. Gesprekken met en werken van hem dienden vaak als een spiegel voor Nietzsche. Rée had ook al een werk uitgebracht dat de oorsprong van de moraal als thema had, een invloed die je letterlijk terug kunt vinden in de titel van het latere werk Jenseits von Gut und Böse. Rée had sowieso veel invloed op Nietzsche, die het op zijn beurt niet zo graag aan de grote klok hing. Er mocht voor hem niet teveel ‘Réealismus’ ontstaan maar het was er achter de coulissen dus wel degelijk. MvB tekent over de invloed van Rée ook het een en ander in zijn nawoord aan, inherent aan de tekortkoming van een samenvatting, redelijk platgeslagen. Naast Paul Rée werd Nietzsche voor het schrijven van zijn Morgenröthe hetzij direct hetzij regelmatig via secundaire literatuur, beïnvloed door de theorieën van onder anderen Fichte, Kant, Hegel, Schopenhauer, La Rochefoucauld, Herbert Spencer en John Stuart Mill te verwerpen of te onderstrepen. Naast deze Europese invloed heeft Nietzsche zich destijds ook verdiept in het boeddhisme dat hij vooral tot zich nam door er verschillende Duitstalige studies over te lezen. Net zoals bij zijn eerder werk verzamelde Nietzsche eigenhandig zijn aforismen tot een geheel, veelal gegroepeerd voor zover hem dat lukte in hoofdstukken die enige samenhang zouden moeten hebben. Voor de Morgenröthe betekende dit dat hij vijf hoofdstukken, ‘fünf Bücher’, concipieerde rondom het thema moraal en ethiek, vraagstukken waarvoor in die jaren een grote belangstelling bestond. Net als veel van zijn andere werken is Morgenröthe ook een verzameling aforismen die soms echt een korte opbouw en plot hebben (vooral in het derde boek) maar regelmatig ook langere teksten die af en toe het gevoel kunnen geven dat de gedachten tijdens het schrijven bleven rijpen. Als een kok die wel een recept in z’n hoofd heeft maar ten behoeve van de smaak er tijdens het bereiden nog wat creatief in verwerkt. En net als in de andere werken strooit Nietzsche ook hier met veel leestekens, een schrijfwijze die je gerust zijn eigen stijl mag noemen. Het dwingt goed te lezen en naar de leestekens te kijken, je pauzes te nemen waar Nietzsche die aangeeft, zeker waar symboliek, humor, cynisme en het gebruik van metaforen de boventoon voert. Het vraagt als auteur én als lezer daardoor meer jongleerwerk dan de inzet van de huidige taalarme emoticons. Bestaat er überhaupt eentje die aangeeft dat een idee mogelijkerwijs conflicteert met een eerder gedane uitspraak of mening?

Het gebruik van aforismen was een methodiek die goed werkte voor Nietzsche. Het plan was dan ook al gauw opgevat om met de verschillende Bücher waar de Morgenröthe uit bestond door te gaan tot aan een tiende Buch. Echter, Buch 6 t/m 9 met nog wat later Buch 10 eraan toegevoegd, werden samen uiteindelijk Die fröhliche Wissenschaft.

Het voorwoord sluit af met Nietzsches herhaalde oproep vooral langzaam te lezen, goed te lezen, juist in een tijdperk waarin werken bovenaan staat, met veel ‘gejakker’ (Eilfertigkeit) dat alles direct ‘voor elkaar’ wil hebben (…). Echter een beoefening van de filologie ‘das mit Allem gleich “fertig werden” will’ impliceert niet zozeer dat het ‘voor elkaar’ moet zijn maar meer dat het de stof per direct onder de knie wil hebben, c.q. ‘het hoofd wil kunnen bieden’ om maar eens een ander lichaamsdeel in te zetten.

En Narren des Augenscheins? Hawinkels koos voor ‘slachtoffer van de uiterlijke schijn’. MvB gaat voor ‘bij de neus worden genomen’. Een kwestie van smaak misschien. Toch ontgaat me de meerwaarde van ‘boosdoeners en brokkenmakers’ wanneer Nietzsche het over böse und gefährliche Geister heeft. Of verderop ‘zoals Jan en alleman’ wanneer Nietzsche alle Welt schrijft. Hawinkels koos destijds voor ‘iedereen’ terwijl met bijvoorbeeld ‘zoals men overal’ ook de niet nader bepaalde plaatsaanduiding van het Duitse alle Welt mijns inziens beter dekt. ‘Guter Ton’ krijgt nu gelukkig wel ‘bon ton’ – niet vreemd gezien de achtergrond van MvB – en sluit beter aan dan het letterlijke ‘goede toon’ uit de vorige vertaling. De keuze voor ‘empathie’ als vertaling voor het originele Einleidigkeit sluit ook beter aan met de strekking van aforisme 63, en heeft daardoor meer zeggingskracht dan ‘eenslijdendheid’ van Hawinkels. In aforisme 132 is ‘affecten van empathie’ eveneens veel sterker dan ‘sympathische aandoeningen’ uit 1998. Mitempfindung in aforisme 142 krijgt van MvB ook ‘empathie’ waarbij ‘meevoelen’ van Hawinkels meer aansluit bij de beleving waar het hier om gaat namelijk muziek. Dat wringt in hetzelfde aforisme ook wanneer Furchtsamkeit niet meer ‘angst’ en ‘angstig’ mag zijn maar nu vervoegingen van bang als ‘bangelijk’ krijgt. Een keuze die later (aforisme 233) ook weer terugkomt. Wat zijn we nu eigenlijk; bangelijk of angstig?

Zoals in de vorige Nietzsche uitgaven die Boom door MvB liet hertalen is er naast de keuzes in vertaling, een significant verschil en een wezenlijke toegevoegde waarde; veel voetnoten met een toelichting die voor de lezer een kijkje achter de schermen geeft. Al voorin het boek licht MvB aan de hand van het klassieke doek ‘Transfiguratie’ van Rafaël de drie niveaus van het menselijk bestaan (lijden, dromen en vervoering) toe. Het is een voorbeeld van vele waardevolle voetnoten die het boek rijk is. En in bovenstaand geval krijgt Rafaël nog een ereplaats achterin het boek.

De ruiter die zijn paard ‘ten dode ophitst’ werd ‘doodjakkert’, het mag eigentijdser klinken maar ik zie het Nietzsche niet zo gauw zeggen wanneer hij zu Tode hetzt schrijft. ‘Ten dode opjaagt’ of ‘afbeult’ misschien?

In het begin van het derde boek opent Nietzsche met een scherp aforisme over de menselijke neiging tot conformerend gedrag; het zo te doen omdat iedereen het zo doet, als een Entschädigung voor onze afwijkende mening. Ligt dan ‘compensatie’ niet meer voor de hand dan de ‘schadeloosstelling’ uit 1998 of de ‘schadevergoeding’ van MvB? En hebben de opvoeders (lees: docenten) van de klassieke opleidingen ‘wiskunde en natuurkunde door de strot gedrukt’ wanneer Nietzsche schrijft ‘auf eine gewaltsame Weise aufzwang? ‘Agressief’ uit de pen van Hawinkels is het ook niet, ze sloegen die docenten niet, maar wellicht past ‘opdringerig’ hier ook? We lezen in aforisme 195 een mooi betoog over de klassieke opleiding waar Nietzsche duidelijk refereert aan eigen ervaringen waar hij onder andere verzucht over het gemis aan respect dat aan de diverse wetenschappen en kennisoverdracht zou moeten voorafgaan. En het Duitse Possen? Daar hebben we voldoende Nederlandse woorden voor: flauwekul, onzin, lariekoek, etc. dus wanneer het Angelsaksische ‘humbug’ in dit boek moet komen is dat een populaire keuze die niet echt past. Die beleving kun je ook krijgen bij ‘een air van welwillendheid’ waar het vorige ‘een minzaam gezicht trekken’ een prima vertaling van het Duitse origineel gnädige Mienen annehmen is. Het origineel wer weiss wohin klonk voorheen eenvoudig ‘wie weet waarheen’ maar MvB haalt Joost erbij in de spreekwoordelijke context dat hij het mag weten (‘Joost’ komt ook al voor in de vertaling van Zur Genealogie der Moral  (https://friedrichnietzsche.nl/nietzsche-blog/een-nieuwe-genealogie-van-de-moraal/ )

Abgott is nu ‘idool’ geworden en was voorheen nog gewoon ‘afgod’. Weet de jonge(re) lezer nog wat dat voor type god is? Een terechte vondst en door MvB ook als zodanig in een voetnoot toegelicht is de vervanging van ‘damp’ door ‘stoom’ in aforisme 307; damp mag dan een associatie met Dampfmachine hebben maar in het Nederlands associëren we stoom eerder met energie dan damp. Onze ‘stoommachine’ is daar een sprekend voorbeeld van. Verdampen associëren wij, handelaren in de Lage Landen, eerder met het teloorgaan van kapitaal in de wereld van aandelen of door een hoge inflatie. Overigens was de stoomlocomotief ten tijde van Morgenröthe al bijna een halve eeuw in Duitsland aan het werk en zorgde ervoor dat ook Nietzsche, die vaak ook geïnteresseerd was in dit soort ontwikkelingen, zich naar de maatstaven van destijds comfortabel kon verplaatsen. Een terechte aanpassing is ook ‘leepheid’ (had ook ‘gewiekstheid’ kunnen zijn) voor Pfiffigkeit dat door Hawinkels wat saai als ‘slimheid’ was vertaald. In hetzelfde rijtje past ook het effect van de punaise – die je vroeger stiekem op de stoel van de onderwijzer legde – die MvB ten tonele voert in aforisme 357. Een vrije en treffendere vertaling dan voorheen.

De eerste woorden in het vijfde boek zijn in de nieuwe vertaling gelukkig ongewijzigd gebleven: ‘In het grote zwijgen’ (Im grossen Schweigen). De grote vraag, het zoeken naar iets als ‘waarheid’ verdringt in dit vijfde boek de zoektocht naar de moraal van de eerste plek. Für wen die Wahrheit da ist wordt in deze nieuwe vertaling ook treffender dan voorheen vertaald met ‘Voor wie de waarheid bestemd is’ (het was; ‘voor wie de waarheid er is’). En net als het veelgehoorde citaat dat het doel van de reis niet de bestemming is maar de reis zelf, zo was voor Nietzsche ook de zoektocht naar waarheid omvattender en betekenisvoller dan de waarheid zelf. Daarvoor was Nietzsche duidelijk meer de romanticus en niet zozeer de verlichtingsdenker pur sang. Voor Nietzsche bleef het hele waarheid zoeken beperkt door het subjectieve karakter, het feit dat het vaak door onkenbare driften wordt gedreven en zeker ook doordat het een activiteit met een eigen horizon is. Een zintuiglijke beperking waar denkers voor hem ook al op gewezen hadden.

Nietzsche komt in zijn vijfde ‘Buch’ steeds meer los te staan van de natuur die hij als ‘Freigeist’ beschouwt. De vrije geest vliegt als het ware over de zee en rotsbanken waarbij het eigen spreken en denken beginnen tegen te staan. Ik kan het niet laten hier een klein stukje origineel te delen: (…) Ach, es wird noch stiller, und noch einmal schwillt mir das Herz: es erschrickt vor einer neuen Wahrheit, es kann auch nicht reden, es spottet selber mit, wenn der Mund Etwas in diese Schönheit hinausruft, es geniesst selber seine süsse Bosheit des Schweigens. Das Sprechen, ja das Denken wird mir verhasst: höre ich denn nicht hinter jedem Worte den Irrthum, die Einbildung, den Wahngeist lachen? Muss ich nicht meines Mitleidens spotten? Meines Spottes spotten? — Oh Meer! Oh Abend! Ihr seid schlimme Lehrmeister! Ihr lehrt den Menschen aufhören, Mensch zu sein! Soll er sich euch hingeben? Soll er werden, wie ihr es jetzt seid, bleich, glänzend, stumm, ungeheuer, über sich selber ruhend? Über sich selber erhaben? (Ach, het wordt nog stiller, en opnieuw zwelt mijn hart op: het deinst terug voor een nieuwe waarheid, het kan niet spreken, het spot wanneer de mond iets in deze schoonheid uitspreekt, het wentelt zich in zijn eigen zoete boosaardigheid van stilte. Spreken, zelfs denken, wordt voor mij een gruwel: hoor ik niet achter elk woord dwaling, verbeelding en waan lachen? Moet ik mijn eigen mededogen niet bespotten? Spotten met mijn eigen spot? — O zee! O avond! Jullie zijn gemene leraren! Jullie leren de mens op te houden mens te zijn! Moet hij zich aan jullie overgeven? Moet hij worden zoals jullie nu zijn, bleek, stralend, stom, monsterlijk, rustend boven zichzelf? Verheven boven zichzelf? Vert. S.P.). De zoektocht naar waarheid, het hebben van kennis, ‘weten’ heeft haar eigen wortels gekregen, haar eigen waarde en volgens Nietzsche zelfs een eigen hartstocht. Katapulteer dat eens naar 2026…de jacht naar kennis, het gemak waarmee we het kunnen krijgen, een surrogaat kennis als een opgewarmd broodje dat in de warmte van een kunstmatig oven is gegaan en langzaam maar gestaag de ervaring gaat geven dat we niet meer zonder kunnen…Nietzsche zegt het zo mooi: ‘(…) wir wollen Alle lieber den Untergang der Menschheit, als den Rückgang der Erkenntniss!’ Soms zijn het de nuances en Nietzsche vertalen betekent ook hem proberen te begrijpen. Een voorbeeld: Aber trotzdem ist es nicht weniger nöthig, so zu thun, wie ich thue (af. 467). Het werd in de 1998-versie: ‘Maar desondanks is het niet minder nodig zo te doen, als ik doe’. Het blijft wat vaag wat hier gezegd wordt. MvB geeft er andere woorden aan: ‘Maar desondanks kan ik niet anders doen dan ik doe’. Beter te begrijpen maar is dit ook wat er staat? Een optie: ‘Maar desondanks is het niet minder noodzakelijk om te doen zoals ik het doe.’ Bösen evolueerde in bijna 30 jaar van ‘slechten’ naar ‘booswichten’. En Tugendhaften van ‘deugdzamen’ naar het meer populair klinkende ‘fatsoenrakkers’. Geschmacksache. Net als in de eerder door MvB hertaalde Jenseits von Gut und Böse (Voorbij goed en kwaad, Boom 2023, zie ook mijn bespreking van 31 oktober 2023) licht MvB hier de oorsprong toe van het door Nietzsche gebezigde woord sublimiren. Een term die later door Sigmund Freud zou worden overgenomen als een alternatieve uiting van een seksuele of agressieve drift.

Resumé, de nieuwe Dageraad is een boek dat het lezen meer dan waard is. Het is het werk van een ‘mol’ die na noeste arbeid weer boven de grond komt en daar het morgenrood ontwaart. Her en der wringt een vertaling in mijn ogen, vaak een kwestie van smaak, er zijn nou eenmaal vele soorten morgenrood. En het evolueren van een taal, of het nou als een verrijking of als erosie wordt ervaren, gaat schoksgewijs en niet voor iedereen op dezelfde wijze. Of om het nog anders – en met een van Nietzsches dierlijke metaforen – te zeggen, moeten geesten als slangen kunnen vervellen, van mening kunnen veranderen. Indien ze dat niet kunnen houden ze op geest te zijn. Nietzsche vertalen blijft lastig. Teksten van een denker die zijn woorden en zinnen als een musicus kon componeren, die met zijn woordkeuze, interpunctie en melodie, zo’n uitgesproken eigen stijl vormde, is voor elke vertaler een grote ‘Herausforderung’. Desalniettemin heeft Boom uitgevers een kleine dertig jaar na de laatste vertaling deze klassieke tekst – die zich immers tijdloos laat lezen – gelukkig opnieuw in het ochtendlicht gezet.


Eén gedachte over “ Dageraad, een nieuw Morgenrood bij Boom uitgevers

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


De verificatie periode van reCAPTCHA is verlopen. Laad de pagina opnieuw.